Weefbindingen

Weefsels zijn stoffen die bekomen worden door het dooreenvlechten van inslagdraden en kettingdraden.
Kettingdraden zijn draden die opgespannen worden op het weefgetouw.
Inslagdraden zijn de draden die loodrecht op de kettingdraden lopen en die we op en neer tussen de kettingdraden vlechten.

monnikenrandsamietschijnpatroon

Dat dooreenvlechten van ketting- en inslagdraden kan op zeer vele wijzen gebeuren, we doen dit niet willekeurig maar volgens bepaalde wetmatigheden. De binding van een weefsel is de wijze waarop de draden ervan dooreen gevlochten zijn.
Als je als wever een weefsel wil maken, dan kies je ketting- en inslagdraden: welke grondstof, kleur en dikte. Je kiest hoe dicht de draden bij elkaar moeten liggen ('kettingdichtheid' uitgedrukt in draden per cm). Dan kan je de kettingdraden scheren en op het weefgetouw opspannen.
Als je de draden dan gewoon opeenvolgend op 4 (of op 2) schachten doorhaalt en je beweegt tijdens het weven afwisselend de pare en onpare schachten, dan krijg je een gewoon rechttoe rechtaan weefsel. Je maakt dan een weefsel in de eenvoudigste 'binding': nl linnenbinding. D.w.z. de inslag gaat afwisselend over een kettingdraad en onder een kettingdraad,en de tweede inslag werkt tegenovergesteld t.o.v. de eerste.
Met 4 schachten op een weefgetouw kan je de kettingdraden in een andere volgorde doorhalen, kan je de schachten in een andere volgorde bewegen tijdens het weven. In combinatie met gekleurde draden in ketting en/of in inslag zijn er zeer vele mogelijke weefbindingen en weefpatronen te maken.
Hoe meer schachten op een weefgetouw, hoe meer mogelijkheden.
Welke binding we in een weefsel gebruiken, zal afhangen van de eisen die eraan gesteld worden. De binding beïnvloedt de eigenschappen van een weefsel.
- moet de stof soepel zijn of moet het een stijve, vaste stof zijn
- moet het een slijtvaste stof zijn
- moet de stof versiert zin met patronen
Vanzelfsprekend is de binding maar één van de faktoren die het uitzicht en andere eigenschappen van een weefsel bepaalt. Het soort garen dat gebruikt wordt, de kleur ervan, de dichtheid van de draden (hoe dicht liggen ketting- en inslagdraden tegen elkaar), de nabehandeling van de stof, bepalen in grote mate de eigenschappen en het uitzicht van de stof.